2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006   2005   2004   2003   2002   eerdere jaren

LEZING 2008

26e Van der Leeuw-lezing

Karen ArmstrongAbdelkader Benali

Religie en de Gouden Regel

De moderne West-Europese samenleving staat onverschillig, afwijzend of zelfs vijandig tegenover religie, zo stelt Karen Armstrong. Religie wordt beschouwd als inherent gewelddadig, intolerant en onverenigbaar met de vooruitgang, democratie, wetenschap, moderniteit. Zo dacht Armstrong er ooit zelf ook over. Na een ongelukkige periode in het klooster, had ook zij een tijdlang genoeg van het concept God en al wat er in Diens Naam zoal geschiedde. Haar eerste boeken en televisieprogramma’s over de geschiedenis van religies ademden nog heel sterk die scepsis. Na 20 jaar van uitvoerige studie van niet alleen de drie grote monotheïstische religies – jodendom, christendom, islam – maar ook van confucianisme, taoïsme, hindoeïsme en boeddhisme, is Armstrong radicaal van mening veranderd. Karen Armstrong zal ter gelegenheid van de 26e Van der Leeuw-lezing spreken over de misvattingen die in West-Europa over religie bestaan. In navolging van Boeddha, Confucius en Jezus geeft zij weinig om metafysica en theologie. Een waar religieus leven, zo stelt zij, is een goed leven, in praktische zin. De volgorde is niet dat religie tot ander gedrag leidt, in tegenstelling tot wat wij vaak denken. Volgens Boeddha en Confucius is het juist omgekeerd: veranderd gedrag leidt tot innerlijke transformatie. Armstrong herkent in alle religies het ideaal van compassie. Zij noemt het de lakmoesproef van ware spiritualiteit. Zij wijst erop dat Confucius al stelde dat religie niet los gezien kan worden van altruïsme. Dat is de Gouden Regel, de essentie van elke religie. In een rijk en erudiet betoog, met prachtige verhalen, uit oa. Ilias, Thora, Bijbel en Koran, met hoofdrollen voor Confucius, Boeddha, Jezus en Mohammed, en bijrollen voor oa. Abraham, Achilles, Agamemnon, Socrates, Plato en Anselmus van Canterbury. Het punt van alle tijd en plaats Abdelkader Benali verhaalt in zijn co-referaat op literaire wijze van zijn reis naar Damascus, afgelopen zomer. Hij bezocht daar de Ummayadenmoskee, zoals hij op al zijn reizen in de Arabische en islamitische wereld moskeeën bezoekt. De Ummayadenmoskee is voor zowel moslims als christenen een heilige plek. Voor de eersten omdat daar het graf van Hoessein is, de kleinzoon van Mohammed, voor de laatsten omdat in een ander deel het hoofd van Johannes de Doper ligt. Deze moskee is, zoals vele gebedshuizen gebouwd op een andere kerk, in dit geval een Byzantijnse kerk, die op zijn beurt weer op een tempel rust. Een geschiedenis van tweeduizend jaar. Pelgrims herleven hier in diep verdriet een moment van 1500 jaar geleden. Het verleden valt samen met het heden: de eeuwig tegenwoordige tijd. Van het bidden bij de Klaagmuur, het gedenken van de geboorte van Jezus, tot de rondgang om de Kabaa in Mekka, Benali herkent hierin een universeel poëtisch verlangen naar die eeuwig tegenwoordige tijd. Een verlangen dat Benali hoort bij Bach en Mozart, en ziet in de schilderijen van Francis Bacon. En in de Aleph in het verhaal van de door Benali bewonderde Borges, de plek waar alle plaats en tijd samenkomt. Een plek waar het verleden spreekt.