2016   2015   2014   2013   2012   2011   2010   2009   2008   2007   2006   2005   2004   2003   2002   eerdere jaren

LEZING 2005

23e Van der Leeuw-lezing

Amitav GhoshTijs Goldschmidt

Wild Fictions. Narratives of Nature and the Politics of Forests

De titel van de 23e Van der Leeuw-lezing van Amitav Ghosh is Wild Fictions: Narratives of Nature and the Politics of Forests. In lijn met zijn grote roman The Hungry Tide, in het Nederlands: Het hongerig getij, stelt Ghosh zich de vraag wat romans en verhalen ons kunnen leren over de plaats van de mens in de natuur. Daarbij signaleert hij een zekere spanning: de mens maakt deel uit van die natuur, maar staat er tegelijkertijd dikwijls tegenover. Want hebben we het over de natuur, dan bedoelen we veelal de ongerepte natuur – daar waar de mens zijn stempel nog niet op heeft gezet, en waar de natuur nog tegen menselijk ingrijpen beschermd kan worden. In een land als India gaat het dan bijvoorbeeld om de inheemse bewoners en gebruikers van de natuur. Ghosh wijst erop, uit eigen ervaring in de Sundarbans, dat zij meer oog hebben voor duurzaamheid in de omgang met de natuur dan beleidsmakers en politici. Daarom bereiken top down opgelegde ecologische projecten soms het tegendeel van wat ze beogen: de soort wordt niet behouden, maar sterft uit – met de Bengaalse tijger als voorbeeld. In een rijk geïllustreerd betoog geeft Ghosh veel aandacht aan de legendes van die inheemse bewoners, waaruit hun grote begrip blijkt voor de balans tussen mens en natuur.

In Ghosh’ betoog is een hoofdrol weggelegd voor de avonturen en ideeën van de Franse schrijver en natuurvorser Jacques Henri Bernardin de Saint-Pierre (1737-1814), een vriend en pleitbezorger van Jean-Jacques Rousseau. Saint-Pierre schreef niet alleen het prachtige verhaal The Indian Hut, naar verluidt het favoriete verhaal van Mahatma Gandhi, maar ook de succesvolle Studies of Nature, waarmee hij aan de wieg stond van wat we vandaag de dag kennen als ecologie en milieu-activisme. Tijs Goldschmidt stelt daar in zijn co-referaat Charles Waterton tegenover, een tijdgenoot van Saint-Pierre. Deze excentrieke landjonker toverde zijn landgoed in Lancashire om tot het eerste natuurreservaat in Engeland. Geïnspireerd door Watertons geestige en onconventionele verslagen van zijn zwerftochten door Zuid-Amerika en zijn originele beschrijvingen van het gedrag van dieren, komt Goldschmidt tot de conclusie dat er grenzen zijn aan fictie als meest geschikte vorm om over de natuur te schrijven.

Kern van het betoog van Goldschmidt is dat het ongewenst is een kloof tussen mens en natuur te creëren. Want het is deze benadering die er onder andere voor gezorgd heeft dat de overheid in de koloniale tijd de lokale bevolking verdreef uit de eerste natuurreservaten. Ook stelt Goldschmidt een aantal hedendaagse ficties aan de orde, bijvoorbeeld over gorilla’s en walvissen. Dergelijke ficties worden bewust geschapen om donateurs en fondsen te werven teneinde deze dieren te kunnen beschermen. In hoeverre is het geoorloofd te fabuleren als de belangen van bedreigde diersoorten ermee gediend zijn?