|
Fenomenologie
Vooral de fenomenologie
van de godsdienst had zijn belangstelling, de wetenschap die niet
door historische of genetische analyse maar door het beschrijven
van de verschijnselen zoals zij zich voordoen probeert de
betekenis van die verschijnselen te begrijpen – een voor de
theologie in die dagen nogal ongebruikelijke benadering. Ze was,
althans in de vorm waarin Van der Leeuw haar toepaste, nieuw:
Edmund Husserl, de Duitse filosoof, had de fenomenologie in 1913
haar hegeliaanse stempel ontnomen en er een 'radicaal empirisme'
van gemaakt. Van der Leeuw studeerde in Duitsland toen Husserls
verhandeling Ideen zu einer reinen Phänomenologie und
Phänomenologische Philosophie verscheen; hij nam er kennis van en
omarmde de jongste inzichten. 'De theologie begint met de
waarheid,' oordeelde Van der Leeuw, 'de theoloog echter moet met
de waarheid even wachten.' Het stemde overeen met het motto dat
hij aan zijn colleges meegaf: 'Eerst luisteren en dan spreken,
anders weten we niet waarover we spreken.' Het geloof in God was
voor Van der Leeuw een persoonlijke zaak, de verschijningsvormen
van de godsdienst door de eeuwen heen en van de verschillende
godsdiensten naast elkaar waren het onderwerp van zijn studie. Hij
beschreef ze en probeerde in wat hij waarnam samenhang en
betekenis te zien. De fenomenologische benadering kwam in het
centrum van zijn vergelijkende godsdienstwetenschap te staan; hij
publiceerde er diverse werken over. Schreef hij in 1924 nog een
Inleiding tot de godsdienstgeschiedenis (die eerst in 1948, bij
het verschijnen van de tweede druk, de titel Inleiding tot de
phaenomenologie van den godsdienst zou krijgen), in het begin van
de jaren dertig gaf hij de fenomenologische benadering definitief
de plaats die haar naar zijn oordeel toekwam: zijn hoofdwerk
noemde hij in 1933 kortweg Phänomenologie der Religion. Het boek,
dat later in het Engels, Frans en Italiaans werd vertaald, werd
onorthodox gevonden. Tegen een collega die hem dat verweet, merkte
Van der Leeuw op: 'Maar collega, u denkt toch niet dat God bang is
voor mijn fenomenologie?'
Naar
boven |